Update: SmartBouwbesluit | Release versie 3.2


Ontdek de nieuwe functionaliteiten van SmartBouwbesluit, inclusief BBL Integratie.

Helemaal klaar voor de BBL

In deze nieuwste release van SmartBouwbesluit, versie 3.2, zijn tal van nieuwe functionaliteiten toegevoegd die het gebruiksgemak en de nauwkeurigheid van de applicatie verbeteren.

Een belangrijke update is de integratie van de BBL, waardoor gebruikers nu de mogelijkheid hebben om te kiezen tussen het Bouwbesluit en de BBL. Dit zorgt ervoor dat de juiste eisen worden getoetst en de correcte artikelnummers worden vermeld bij de berekeningen, wat eerder niet het geval was. Klik hier voor een overzicht van alle artikelen welke door SmartBouwbesluit kunnen worden getoetst!

Nieuwe functionaliteiten SmartBouwbesluit

De integratie met de BBL is natuurlijk niet het enige wat veranderd is. Bekijk hieronder het complete overzicht van de wijzigingen en nieuwe functionaliteiten in deze release:

Keuzemogelijkheid voor Bouwbesluit/ BBL toegevoegd!

  • Door te kiezen voor Bouwbesluit of BBL worden de juiste eisen gecontroleerd
  • De conclusieregels (regels onderzijde berekening) zijn voorzien van artikelnummers (conform Bouwbesluit of BBL)

Toetsmogelijkheden (bruikbaarheid) zijn uitgebreid

  • Een woonfunctie heeft ten minste de in de tabel aangegeven vloeroppervlakte van niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied. (nieuwbouw)
  • Een woonfunctie heeft een vloeroppervlakte van ten minste 10 m² aan niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied (bestaande bouw)
  • Een verblijfsgebied heeft een vloeroppervlakte van ten minste 5 m².
  • Een verblijfsgebied en een verblijfsruimte hebben een breedte van ten minste 1.8 m.
  • In ten minste een verblijfsgebied ligt een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 11 m² bij een breedte van ten minste 3m (nieuwbouw)
  • In ten minste een verblijfsgebied ligt een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 7.5 m² en een breedte van ten minste 2.4m (bestaande bouw, alleen bouwbesluit).

Overige wijzigingen

  • De conclusieregels (regels onderzijde berekening) zijn voorzien van artikelnummers (conform Bouwbesluit of BBL)
  • Verbeterde afhandeling van kozijnen met complexe vormen, zoals daglichtbuizen
  • Verbeterde afhandeling van (Elementen in) gelinkte modellen (verplaatsing gelinkt model met Areas, Rooms, Kozijnen, etc.)
  • Aanpassing van bepaling afstand D conform H12 NEN 2057 (niet glasvlak tot VG, maar Room tot VG is bepalend)
  • Curtain Wall Panel kan ook een Wall zijn, deze wordt in dat geval ook meegenomen in de daglichtberekeningen (indien materiaal Glas)
  • Bepaling weergave kozijn in tabel wel/niet verbeterd, afhankelijk van keuze daglicht NEN 2057, NEN-EN 17037, Spuiventilatie en alle combinaties van deze berekeningen.

Goed nieuws voor gebruikers van SmartBouwbesluit!

Met deze update is Smartbouwbesluit weer een stap verder in het bieden van nauwkeurige en betrouwbare tools voor bouwbesluittoetsing en ontwerp optimalisatie. Ben je al een bestaande gebruiker van de tool? Dan kun je de update gratis downloaden. Heb je interesse in de SmartBouwbesluit tool? Bestel deze dan eenvoudig via onze website.

Update bestaande gebruikers

SmartBouwbesluit tool bestellen

Welke artikelen zijn te toetsen met SmartBouwbesluit?

Wil je graag een overzicht of duidelijkheid welke artikelen nou te toetsen zijn conform het Bouwbesluit of de BBL (Besluit Bouwwerken Leefomgeving). Bekijk dan onderstaande tabel.

 BouwbesluitBBL
BRUIKBAARHEIDArtikel 4.2 Lid 1. (nieuwbouw) Een woonfunctie heeft ten minste de in tabel 4.1 aangegeven vloeroppervlakte aan niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied.Artikel 4.163 Lid 1. (nieuwbouw) Een woonfunctie heeft ten minste de in tabel 4.162 aangegeven vloeroppervlakte aan niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied.
Artikel 4.2 Lid 2. Ten minste 55% van de gebruiksoppervlakte van een gebruiksfunctie is verblijfsgebied.Artikel 4.163 Lid 2. (nieuwbouw) Ten minste 55% van de gebruiksoppervlakte van een gebruiksfunctie is verblijfsgebied.
Artikel 4.3 Lid 1. (nieuwbouw) Een verblijfsgebied heeft ten minste de in tabel 4.1 aangegeven vloeroppervlakte.Artikel 4.163 Lid 1. (nieuwbouw) Een verblijfsgebied heeft een vloeroppervlakte van ten minste 5 m².
Artikel 4.3 Lid 2. (nieuwbouw) Een verblijfsgebied heeft ten minste de in tabel 4.1 aangegeven breedte.Artikel 4.163 Lid 2. (nieuwbouw) Een verblijfsgebied en een verblijfsruimte hebben een breedte van ten minste 1,8 m.
Artikel 4.3 Lid 3. (nieuwbouw) Een verblijfsruimte heeft een breedte van ten minste 1,8 m.
Artikel 4.3 Lid 4. (nieuwbouw) In ten minste een verblijfsgebied ligt een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 11 m²  bij een breedte van ten minste 3 m.Artikel 4.163 Lid 3. (nieuwbouw) In ten minste een verblijfsgebied ligt een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 11 m² bij een breedte van ten minste 3 m.
Artikel 4.3 Lid 6. (nieuwbouw) Een verblijfsgebied en een verblijfsruimte hebben ten minste de in tabel 4.1 aangegeven hoogte boven de vloer.Artikel 4.163 Lid 4. (nieuwbouw) Een verblijfsgebied en een verblijfsruimte hebben ten minste de in tabel 4.162 aangegeven hoogte boven de vloer.
Artikel 4.6 Lid 1. (bestaande bouw) Een woonfunctie heeft een vloeroppervlakte van ten minste 10 m² aan niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied.Artikel 3.89 Lid 1. (bestaande bouw) Een woonfunctie heeft een vloeroppervlakte van ten minste 10 m² aan niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied.
Artikel 4.7 Lid 1. (bestaande bouw) Een verblijfsgebied en een verblijfsruimte hebben boven de vloer een hoogte van ten minste 2,1 m.
Artikel 4.7 Lid 2. (bestaande bouw) In ten minste een verblijfsgebied ligt een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 7,5 m² en een breedte van ten minste 2,4 m.
DAGLICHTArtikel 3.75. Daglichtoppervlakte (nieuwbouw) Lid 1. Een verblijfsgebied heeft een volgens NEN 2057 bepaalde equivalente daglichtoppervlakte in m² waarvan de getalswaarde niet kleiner is dan de getalswaarde van het in tabel 3.74 aangegeven deel van de vloeroppervlakte in m² van dat verblijfsgebied. Lid 2. Een verblijfsruimte heeft een volgens NEN 2057 bepaalde equivalente daglichtoppervlakte die niet kleiner is dan de in tabel 3.74 gegeven oppervlakte.Artikel 4.147. Daglichtoppervlakte (nieuwbouw) Lid 1. Een verblijfsgebied heeft een volgens NEN 2057 bepaalde equivalente daglichtoppervlakte in m2 waarvan de getalswaarde niet kleiner is dan de getalswaarde van het in tabel 4.146 aangegeven deel van de vloeroppervlakte in m2 van dat verblijfsgebied. Lid 2. Een verblijfsruimte heeft een volgens NEN 2057 bepaalde equivalente daglichtoppervlakte die niet kleiner is dan de in tabel 4.146 aangegeven oppervlakte.
 Artikel 3.78. Daglichtoppervlakte (bestaande bouw) Lid 1. Een verblijfsruimte heeft een volgens NEN 2057 bepaalde equivalente daglichtoppervlakte die niet kleiner is dan de in tabel 3.77 gegeven oppervlakte.Artikel 3.82. Daglichtoppervlakte (bestaande bouw) Lid 1. Een verblijfsruimte heeft een volgens NEN 2057 bepaalde equivalente daglichtoppervlakte die niet kleiner is dan de in tabel 3.81 aangegeven oppervlakte.
  NOG NIET IN WERKING GETREDEN, MAAR AL WEL IN SMARTBOUWBESLUIT! Daglichtfactor berekenen conform de Europese Norm voor het berekenen van daglicht, de NEN-EN 17037. Toets nu al uw projecten aan deze NEN-EN 17037, verdiep u in de mogelijkheden en consequenties die deze nieuwe manier van rekenen met zich meebrengt. Ook bijvoorbeeld bruikbaar voor eisen Frisse Scholen!
SPUIVENTILATIEArtikel 3.42. Capaciteit (nieuwbouw) Lid 1. Een verblijfsgebied heeft een spuivoorziening met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van de spuiventilatie van ten minste 6 dm³/s per m² vloeroppervlakte van dat gebied. In een uitwendige scheidingsconstructie van dat gebied zijn beweegbare constructieonderdelen die op die capaciteit zijn afgestemd. Lid 2. Een verblijfsruimte heeft een spuivoorziening met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van de spuiventilatie van ten minste 3 dm³/s per m² vloeroppervlakte van die ruimte. In een uitwendige scheidingsconstructie van die ruimte zijn beweegbare constructieonderdelen die op die capaciteit zijn afgestemd. Ten minste een van die beweegbare constructieonderdelen is een beweegbaar raam. Lid 3. In afwijking van het eerste en tweede lid kan de bedoelde capaciteit worden gerealiseerd met een in artikel 3.29 bedoelde voorziening voor luchtverversing.Art. 4.131 Capaciteit spuivoorziening (nieuwbouw) Lid 1. Een verblijfsgebied heeft een spuivoorziening met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van de spuiventilatie van ten minste 6 dm³/s per m² vloeroppervlakte van dat gebied. In een uitwendige scheidingsconstructie van dat gebied zijn beweegbare constructieonderdelen die op die capaciteit zijn afgestemd. Lid 2. Een verblijfsruimte heeft een spuivoorziening met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van de spuiventilatie van ten minste 3 dm³/s per m² vloeroppervlakte van die ruimte. In een uitwendige scheidingsconstructie van die ruimte zijn beweegbare constructieonderdelen die op die capaciteit zijn afgestemd. Ten minste een van die beweegbare constructieonderdelen is een raam, of een deur die grenst aan een tot de woonfunctie behorende buitenruimte. Lid 3. (Bijeenkomstfunctie) In afwijking van het eerste en tweede lid kan de bedoelde capaciteit worden gerealiseerd met een in artikel 4.122 bedoelde voorziening voor luchtverversing.
 Artikel 3.47. Capaciteit (bestaande bouw) Lid 1. Een verblijfsruimte heeft een spuivoorziening met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van de spuiventilatie van ten minste 3 dm³/s per m² vloeroppervlakte van die ruimte. Lid 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een gemeenschappelijke verblijfsruimte. Lid 3. De in het eerste lid bedoelde capaciteit kan worden gerealiseerd met de in artikel 3.38 bedoelde voorziening voor luchtverversing.Art. 3.73  Capaciteit spuivoorziening (bestaande bouw) Lid 1. Een verblijfsruimte heeft een spuivoorziening met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van de spuiventilatie van ten minste 3 dm³/s per m² vloeroppervlakte van die ruimte. Lid 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een gemeenschappelijke verblijfsruimte. Lid 3. De in het eerste lid bedoelde capaciteit kan worden gerealiseerd met de in artikel 3.67 bedoelde voorziening voor luchtverversing.
LUCHTVERVERSINGArtikel 3.29. Luchtverversing verblijfsgebied, verblijfsruimte, toiletruimte en badruimte (nieuwbouw) Lid 1. Een verblijfsgebied heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 0,9 dm³/s per m² vloeroppervlakte met een minimum van 7 dm³/s. Lid 2. Een verblijfsruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 0,7 dm³/s per m² vloeroppervlakte met een minimum van 7 dm³/s. Lid 3. Een verblijfsgebied en een verblijfsruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste de in tabel 3.28 aangegeven capaciteit per persoon. Lid 4. Onverminderd het eerste tot en met derde lid heeft een verblijfsgebied of een verblijfsruimte, met een opstelplaats voor een kooktoestel als bedoeld in artikel 4.38 een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 21 dm³/s. Lid 5. Een voorziening voor luchtverversing voor meer dan een verblijfsgebied heeft een capaciteit die niet kleiner is dan de hoogste waarde die volgens het eerste en derde lid geldt voor elk afzonderlijk verblijfsgebied. In aanvulling daarop is de capaciteit niet kleiner dan 70% van de som van de waarden die volgens het eerste, derde en vierde lid gelden voor de op die voorziening aangewezen verblijfsgebieden. Lid 6. Een toiletruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een capaciteit van ten minste 7 dm³/s, bepaald volgens NEN 1087. Lid 7. Een badruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een capaciteit van ten minste 14 dm³/s, bepaald volgens NEN 1087.Art. 3.67 Luchtverversing verblijfsruimte, toiletruimte en badruimte) (bestaande bouw) Lid 1. Een verblijfsruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste 0,7 dm³/s per m² vloeroppervlakte, met een minimum van 7 dm³/s. Lid 2. Een verblijfsruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste de in tabel 3.66 aangegeven capaciteit per persoon. Lid 3. Onverminderd het eerste en tweede lid heeft een verblijfsruimte met een opstelplaats voor een kooktoestel of met een opstelplaats voor een open verbrandingstoestel voor warmwater een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste 21 dm³/s. Een opstelplaats voor een kooktoestel of een warmwatertoestel met een nominale belasting van meer dan 15 kW, of voor een warmwatertoestel dat geen open ver brandingstoestel is, blijft hierbij buiten beschouwing. Lid 4. Een voorziening voor luchtverversing voor meer dan een verblijfsruimte heeft een capaciteit die ten minste voldoet aan de hoogste waarde die volgens het eerste tot en met derde lid is bepaald voor een op die voorziening aangewezen verblijfsruimte. Lid 5. Een voorziening voor luchtverversing voor een verblijfsgebied dat bestaat uit meer dan een gemeenschappelijke verblijfsruimte heeft, in afwijking van het vierde lid, een capaciteit die ten minste voldoet aan de som van de waarden die volgens het eerste tot en met derde lid is bepaald voor de op die voorziening aangewezen verblijfsruimten. Lid 6. Een toiletruimte en een badruimte hebben een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste: 7 dm³/s bij een toiletruimte; en 14 dm³/s bij een badruimte.
 Artikel 3.38. Luchtverversing verblijfsruimte, toiletruimte en badruimte (bestaande bouw) Lid 1. Een verblijfsruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste 0,7 dm³/s per m² vloeroppervlakte met een minimum van 7 dm³/s. Lid 2. Een verblijfsruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste de in tabel 3.37 aangegeven capaciteit per persoon. Lid 3. Onverminderd het eerste en tweede lid heeft een verblijfsruimte met een opstelplaats voor een kooktoestel als bedoeld in artikel 4.42 of met een opstelplaats voor een open verbrandingstoestel voor warmwater een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste 21 dm³/s. Een opstelplaats voor een kooktoestel of een warmwatertoestel met een nominale belasting van meer dan 15 kW, of voor een warmwatertoestel dat geen open verbrandingstoestel is, blijft hierbij buiten beschouwing. Lid 4. Een voorziening voor luchtverversing voor meer dan een verblijfsruimte heeft een capaciteit die ten minste voldoet aan de hoogste waarde die volgens het eerste tot en met derde lid is bepaald voor een op die voorziening aangewezen verblijfsruimte. Lid 5. Een voorziening voor luchtverversing voor een verblijfsgebied, dat bestaat uit meer dan één gemeenschappelijke verblijfsruimte heeft, in afwijking van het vierde lid, een capaciteit die ten minste voldoet aan de som van de waarden die volgens het eerste tot en met derde lid is bepaald voor de op die voorziening aangewezen verblijfsruimten. Lid 6. Een toiletruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een capaciteit van ten minste 7 dm³/s, bepaald volgens NEN 8087. Lid 7. Een badruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een capaciteit van ten minste 14 dm³/s, bepaald volgens NEN 8087.Art. 4.122 (luchtverversing verblijfsgebied, verblijfsruimte, toiletruimte en badruimte) (nieuwbouw) Lid 1. Een verblijfsgebied en een verblijfsruimte hebben een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste: 0,9 dm³/s per m² vloeroppervlakte met een minimum van 7 dm³/s bij een verblijfsgebied; en 0,7 dm³/s per m² vloeroppervlakte met een minimum van 7 dm³/s bij een verblijfsruimte. Lid 2. Een verblijfsgebied en een verblijfsruimte hebben een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste de in tabel 4.121 aangegeven capaciteit per persoon. Lid 3. Onverminderd het eerste en tweede lid hebben een verblijfsgebied en een verblijfsruimte met een opstelplaats voor een kooktoestel een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 21 dm³/s. Lid 4. Een voorziening voor luchtverversing voor meer dan een verblijfsgebied heeft een capaciteit die niet kleiner is dan de hoogste waarde die volgens het eerste en tweede lid geldt voor elk afzonderlijk verblijfsgebied. In aanvulling daarop is de capaciteit niet kleiner dan 70% van de som van de waarden die volgens het eerste tot en met derde lid gelden voor de op die voorziening aangewezen verblijfsgebieden. Lid 5. Een toiletruimte en een badruimte hebben een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste: 7 dm³/s bij een toiletruimte; en 14 dm³/s bij een badruimte.